Pedagogiek voor gastouders

Normen en waarden | andere kinderen

Als ViaViela gastouder geef je op jouw eigen manier invulling aan de vier pedagogische basisdoelen van prof. J.M.A. Riksen Walraven, zoals genoemd in de Wet Kinderopvang. Deze doelen vormen tevens de basis voor het pedagogisch beleid van ViaViela.

ViaViela ondersteunt jou met tools die je helpen de vier basisdoelen en het pedagogisch beleid in de praktijk te brengen. Zo werken we met een pedagogisch werkplan in de vorm van het pedagogisch kwaliteitshuis. De kamer in het pedagogisch kwaliteitshuis die dit keer aan bod komt, draait om het vierde en laatste pedagogisch basisdoel:

Het overdragen van normen en waarden – andere kinderen

Na het lezen van alle informatie heb jij geleerd hoe belangrijk het is om de interactie tussen kinderen te begeleiden en hoe jij als gastouder ervoor zorgt dat deze interacties verlopen volgens de normen en waarden van onze maatschappij. Dit keer ben jij degene die aan zelf de slag gaat met activiteiten die je laten kijken én aan het denken zetten!


Socialisatie

Binnen onze maatschappij hechten we waarde aan verschillende normen en waarden zoals: respect hebben voor elkaar, je aan regels en afspraken houden, samen delen, samen spelen of elkaar geen pijn doen. Voor kinderen is het belangrijk in hun interacties te leren hoe je rekening houdt met elkaar en tegelijkertijd voor jezelf op kunt komen. Het goed begeleiden van interacties tussen kinderen, betekent dat je positieve interacties tussen kinderen opmerkt én deze zelf ook stimuleert. Je leert kinderen bijvoorbeeld elkaar te helpen, samen te werken, naar elkaar te luisteren en samen plezier te maken. Als gastouder is het belangrijk om zelf hierin het goede voorbeeld te geven.


Spel en interactie

Binnen jouw opvang gelden verschillende normen en waarden. Je stimuleert de overdracht hiervan door deze voor te leven, uit te leggen en met het creëren van de juist speelvoorwaarden. Want spelenderwijs leren kinderen veel over normen en waarden. Wil je hierin kunnen sturen, dan is het belangrijk om de taal van het spel te begrijpen.


Gedurende de dag zijn kinderen continu met elkaar in interactie. Daarbij communiceren ze vooral via spel. Het is belangrijk dat je die ‘taal van het spel’ leert verstaan. Deze taal leer je vooral door goed te kijken en te luisteren. Wil je tijdens speelmomenten onderlinge interacties tussen kinderen uitlokken? Zet dan af en toe een stap achteruit, leun achterover en wacht even af voordat je iets doet, ingrijpt of oplossingen aanreikt. Doe even niets en kijk wat kinderen vervolgens zelf gaan doen. Vaak ontstaan er opdat moment allerlei gesprekken tussen kinderen. Zo kun je werken aan een groep waarin de communicatielijnen en oplossingen ook steeds meer tussen de kinderen gaan lopen. Kinderen leren hier ontzettend veel van.

Je ondersteunt je opvangkinderen door de juiste speelvoorwaarden te scheppen. Ook ondersteun je het spel van je opvangkinderen door zelf mee te spelen waarbij je iets voordoet, informatie toevoegt of het goede voorbeeld geeft. Dit doe je zonder het spel van de kinderen over te nemen. Probeer het goede voorbeeld of aanwijzingen te geven in eenvoudige communicatiesituaties. Doe voor hoe je iets vriendelijk vraagt aan een ander, of hoe je zegt dat je ook graag met iets wilt spelen, of hoe je vraagt of iemand opzij wil gaan. Reageer positief wanneer kinderen elkaar helpen, zorg geven, troosten, geruststellen, begrip tonen voor elkaar, samen delen en samenwerken. Betrek kinderen bij momenten van troost en het oplossen van problemen. Op deze manier voldoet jouw opvang aan een belangrijke voorwaarde om op een fijne en veilige manier tot spel te komen.

Tijdens het spelen kunnen conflicten ontstaan. Dit kan voor kinderen vervelend zijn, maar ook heel leerzaam. Het is belangrijk dat je kinderen in staat stelt een conflict zelf op te lossen. Dit is voor hen een leerrijke ervaring. Wel kun je je opvangkinderen helpen woorden te vinden, waarmee ze hun wensen kenbaar kunnen maken en hun gevoelens kunnen uiten. Wanneer er te veel conflicten zijn, is het belangrijk op zoek te gaan naar de oorzaak hiervan. Ligt het aan de samenstelling van de groep? Is er te weinig veiligheid? Gaat het om bepaalde kinderen? Afhankelijk van het antwoord kun je bepalen wat je kunt doen om te zorgen voor meer positieve interactie.


Activiteiten

Deze keer hebben we geen activiteiten om uit te voeren met de kinderen, maar opdrachten voor jezelf. Deze twee activiteiten helpen je de pedagogische kwaliteit binnen jouw opvang verder te verbeteren.

 

Activiteit 1: Observeren van je opvangkinderen

Allereerst kun je aan de slag met het observeren van je opvangkinderen. Maak even pas op de plaats en kijk wat er gebeurt binnen je opvang. Hier kun je veel van leren! Bekijk de observatievragen die je jezelf kunt stellen.

 

Activiteit 2: Reflectievragen

Daarnaast willen we je laten nadenken over wat jij doet om positieve interacties te begeleiden tussen kinderen. Hiervoor hebben we een aantal reflectievragen opgesteld die je kunnen helpen. Bekijk de vragen.

 

Veel plezier!